Article header

Het delier

Een delier ontstaat in enkele uren of dagen. Iemand met een delier is plotseling verward, opgewonden en onrustig of juist stil en teruggetrokken. Het beeld kan van uur tot uur sterk wisselen. Vaak zijn er hallucinaties en/of wanen. Meestal duurt een delier enkele dagen tot weken. Dit hangt af van de oorzaak en de mogelijke beïnvloedbaarheid daarvan.

Oorzaken van een delier

text image

 

Ouderen, mensen met een handicap zoals slechtziendheid of slechthorendheid, mensen met dementie en mensen die eerder een delier hebben gehad hebben meer kans een delier te krijgen.

  • ziekte; bijvoorbeeld infecties (zoals blaas- of longontsteking), koorts, te hoge of te lage bloedglucosewaardes , schildklierafwijkingen, lever- of nierfalen, uitdroging, urineretentie, obstipatie of een hersentumor;
  • een operatie of een ongeval;
  • het abrupt stoppen met alcohol, nicotine of benzodiazepines (slaapmiddelen) na langdurig gebruik;
  • gebruik van bepaalde medicijnen.

Medicijnen die een delier kunnen veroorzaken

  • opioïden; bij de start met opioïden (de zwaarste soort pijnstillers) of wanneer de dosering wordt verhoogd. Bij achteruitgang van de patiënt (gewichtsafname, uitdroging) kan ook de gebruikelijke dosering de oorzaak zijn;
  • benzodiazepinen (slaapmiddelen);
  • corticosteroïden (bijnierschorshormonen);
  • anti-Parkinsonmiddelen;
  • medicijnen met een anticholinerg effect zoals sommige antidepressiva, bepaalde oogdruppels, middelen bij hartritmestoornissen, allergie, misselijkheid of spasmen;
  • chemotherapie;
  • bepaalde antibiotica zoals ciprofloxacine, isoniazide en voriconazol;
  • digoxine en ketamine.

Hoe vaak komt een delier voor?

Een delier is geen zeldzame aandoening. Met name bij terminale patiënten komt het heel vaak voor. Percentages tot 90 procent worden genoemd bij patiënten gedurende de laatste uren tot dagen voorafgaand aan het overlijden. Dit is dan meestal wel een relatief rustige vorm, waarbij de symptomen soms zelfs onopgemerkt blijven. In ongeveer 20 procent van de gevallen is er echter sprake van een ernstig onrustig delier.

Wat u kunt doen bij een delier

  • Neem contact op met de huisarts, zodat deze kan uitzoeken wat de oorzaak is. Door de oorzaak van een delier aan te pakken, kan een delier verdwijnen.
  • Zorg voor rust. Beperk de hoeveelheid bezoek.
  • Laat de patiënt zo min mogelijk alleen, u kunt steun bieden door er alleen al te zijn.
  • Zeg regelmatig wie u bent en waar jullie zijn. Benoem dag en tijd.
  • Toon herkenningspunten van de werkelijkheid; hang een klok op en zet belangrijke foto’s in het zicht.
  • Zorg ervoor dat de patiënt goed zicht heeft op zijn omgeving. Denk hierbij ook aan de bril en goede verlichting.
  • Wanneer de patiënt een gehoorapparaat heeft, laat hem deze dragen. Fluister in nabijheid van de patiënt niet met anderen.
  • Spreek rustig in korte zinnen. Stel korte vragen.
  • Ga niet mee in wanen. Toon begrip en leg uit hoe de werkelijkheid eruit ziet.
  • Zorg voor een normaal dag/nachtritme.
  • Zorg voor een veilige omgeving.

Behandeling met medicijnen

Als eerste wordt waar mogelijk de onderliggende oorzaak van een delier behandeld of gecorrigeerd. Bij verwardheid is het medicijn haloperidol eerste keus. Deze voorkeur geldt niet voor mensen met Parkinson of ‘Lewy body’-dementie en ook niet bij een delier als gevolg van alcohol- of benzodiazepineonttrekking.